Overspel

Jij liet me staan als een gitaar
waarvan een snaar is stukgeraakt.
Slechts stof in het vooruitzicht
dat langzaam, maar zeker, het verleden
verbergen zal en vergeten stilte maakt.

Het natrillen jouw laatste aanslag
schenkt mijn geheugen geen vergiffenis
maar doet me, heel onzeker, twijfelen
aan het feit dat jij ons akkoord
niet zonder spijt hebt vals gespeeld

en laat me, enigszins ontstemd, achter.