Tocht
Als ik 's
morgens het raam opentrek
dan ruik ik jou en mij
toen we samen gingen wandelen
op zoek naar mekaars geluk
en jij vond dat ik zo lief was
Ook toen ik de verkeerde weg was ingeslagen
Ik zag je al lopen als ik het vertelde
Maar je zocht verder
Gelukkig
Had jij de deur niet dichtgedaan